Ik ben een liefhebber van fantasy en daardoor ook een beetje zoals de figuren in de doos hier, vrees ik:

...
Leuk tijdverdrijf, zeker. Ik lees liever over dingen die niet bestaan dan over de dagelijkse beslommeringen of problemen.
Weinig origineel? Volgens mij ook. De Belgariad van David Eddings, de Wetten van de Magie van Terry Goodkind en Eragon van Christopher Paolini hebben één ding gemeen: ik ben tot bij het tweede boek in de reeks geraakt, niet verder. Ze staken me tegen. Een wereld die snel-snel wordt uitgebreid voor een sequel, een boel onmogelijke misverstanden, een held die veel te lang in het ongewisse wordt gelaten... bah. Sorry.
De Schijfwereld van Terry Pratchett steekt de draak met de cliché's, maar na een aantal volumes heb je het ook wel gezien.
Aan het Rad des Tijds van Robert Jordan heb ik nooit durven beginnen... en meestal laat ik me niet afschrikken door de dikte van een boek.
Anderzijds heb ik ontzettend veel plezier beleefd aan:
Harry Potter van J.K. Rowling: afgezaagd verhaal (wees met onvermoede krachten, een grote slechterik die door de wees geobsedeerd is en veel te ingewikkelde plannen beraamt, een overwinning dankzij de kracht van de liefde), briljante personages, schitterende details.
Volkhavaar van Tanith Lee: de universele (cliché ;)) strijd tussen goed en kwaad wordt hier "verkleind" tot een tovenares die haar geliefde wil redden (en niet de wereld)
De Koudvuur-trilogie van C.S. Friedman: een totaal ander verhaal, grijze tot duistere personages (en géén zuivere jongensheld), geen voorspellingen.
Als we "fantasy" zien als de verzamelnaam voor alle verhalen waar er bovennatuurlijke elementen in voorkomen, of beter gezegd: elementen die niet onze natuurwetten volgen, dan zit er veel meer in dan Tolkien-lookalikes.