Literatuur: algemeen

Terug naar: Literatuur: algemeen

Geleerd lezen

Plaats een reactie (registreren)
Geleerd lezen is wat men in Frankrijk met een onnavolgbare term "savoir-lire" noemt. Iedereen die leest heeft een oordeel over het gelezene: het is "mooi", "prachtig", "goed", "saai", "onverteerbaar", enz. Sommige lezers denken na over deze termen en proberen de erin uitgedrukte oordelen te onderbouwen. Onherroepelijk komen zij op vragen als: hoe moet je lezen of hoe steek je het meest op van lezen of hoe heb je het meeste genot van lezen? Kortom, wanneer heb je "savoir-lire"? Ik heb dat woord vertaald met "geleerd lezen" wat betekent dat je voor lezen hebt doorgeleerd, op welk niveau dan ook. Iedere alfabeet heeft leren lezen, maar het lezen lijkt mooier naarmate je meer kunt zeggen over het gelezene.
De vraag is: hoe ver moet je gaan met die geleerdheid? Moet je "volleerd" zijn? En ben je dat pas als je een proefschrift hebt geschreven over een literair werk? Moet je er - misschien - helemaal niet aan beginnen?
Savoir-lire doet mij meer denken aan een manier om volop het gelezene te kunnen begrijpen en ervan te kunnen genieten. Het heeft misschien ook te maken met belezenheid, in hoeverre je het gelezene in een bepaalde traditie weet te plaatsen. De beste literaire kritieken zijn die waarin de criticus duidelijk weet te maken waarom een bepaald boek hem/haar niet of juist wel bevalt. (En daarin schiet de huidige Nederlandse kritiek in mijn ogen ernstig tekort.)
Het heeft niet per se met het universitaire lezen te maken. Dat doe ik ook, ik studeer literatuurwetenschap. En hoewel je aan het einde van je studie waarschijnlijk goed kunt interpreteren en goed op de hoogte bent van de literatuurgeschiedenis, staat je professionele blik haaks op het ongedwongen lezen. Dat is denk ik geen savoir-lire.
"Savoir-lire" doet natuurlijk denken aan "savoir-vivre", levenskunst. "Savoir-lire" is dus leeskunst en, het woord zegt het, geen lees- of literatuurwetenschap. Het vervelende van de laatste is door Tsvetan Todorov in "La littérature en péril" (2007) in het daglicht gesteld: zij houdt zich niet bezig met "de quoi parlent les oeuvres, mais de quoi parlent les critiques". Ik ben niet van mening dat de literatuurwetenschap niks oplevert, maar wel dat zij verzuimt om haar bevindingen bruikbaar te maken voor de "gewone", voor mijn part "ongedwongen" lezer.
Zoals bekend onderscheidt men de lezers in "onschuldige" "en "kritische". De eersten zijn degenen die niets anders willen dan zich willoos te laten meeslepen door een verhaal - en het daarbij te laten, afgezien van een paar afsluitende kreten of zuchten. De tweede categorie denkt na over het gelezene en het resultaat daarvan hangt af van beschikbare categorieën. Bij de roman valt te denken aan zo iets als de plot, de personages, het subgenre, het gezichtspunt, de plaats in de geschiedenis, de toonaard of het register. (Er zijn nogal wat lezers die van bepaalde teksten niet zien dat zij ironisch zijn geschreven.) Dat zijn eenvoudige handvaten om binnen in zo'n boek te komen, want de auteur heeft er al schrijvende mee gespeeld; hij is zich welbewust van deze bouwstenen. Persoonlijk vind ik lezen een dialoog met de schrijver en hoe intelligenter hij is hoe intelligenter ikzelf moet zijn. Aangezien zijn intelligentie in hoofdzaak bestaat uit de kunst van de roman, wil/moet ik in mijn gesprek met hem zijn evenknie proberen te zijn. Wat voor gesprekspartner zou ik anders voor hem zijn. (Sorry dat ik zo lang van stof ben.)
Ik las laatst een essay waarin werd beweerd dat een boek als Ulysses, door Joyce bedoeld voor iedereen, door alle literatuurwetenschappelijke studies is dichtgetimmerd en juist níet meer voor iedereen beschikbaar is. Nu denk ik dat je zeker kunt twijfelen aan Joyce' voornemen, maar ook een schrijver als Shakespeare wordt wellicht té veel bestudeerd. Eén van mijn professoren verpakte het als volgt: "Als je gelezen wil worden, schrijf je over Shakespeare. Als dat niet kan, schrijf je over Joyce." (Misschien een beetje off-topic.)

Je bent wellicht lang van stof, Ton, maar ik lees het graag. Ik vrees dat er tegenwoordig veel schrijvers zijn die enigszins gedachteloos romans afleveren. De beste romans vind ik die romans waarin het hele proces van verhalen vertellen aan de kaak gesteld wordt, expliciet of impliciet. Op zo'n moment ontstaat er op een ander niveau ook een dialoog met de schrijver: niet alleen meer over de inhoud, maar ook op metaniveau. Er worden nog maar weinig romans zoals deze geschreven, en bij zulke romans vind ik het moeilijk(er) om in dialoog te treden. Het is dan slechts een verhaal. (Ik hoop dat dit een beetje duidelijk overkomt.)
Jesse,
Misschien breng je precies onder - andere - woorden wat ik bedoel: de literatuurwetenschap maakt de literatuur dood. Wel, de kwestie is deze dat de lw pas ontstaan is in de 60-er jaren. Zoals je begrepen zult hebben ben ik van vóór die tijd. Ik heb Nederlands gestudeerd in de 50-er jaren en heb mij de zg. lw zelf eigen moeten maken. Op dat gebied ben ik dus een autodidact (en een dilettant). Het punt is echter dat ik nog "eigenwijs" lees. Ik heb Shakespeare leren kennen in een klein openluchtheater waar ik vrij toegang had en de "Hamlet" vele malen heb zien spelen door een uiterst gepassioneerde acteur van wie ik ook wat toneelles heb gehad. Ik kocht geen commentaren over Shakespeare, maar de complete werken, die ik helemaal door heb gelezen, domweg, maar al reciterende en de mensen om mij heen gek makende. Aannemende dat het mooiste van lezen het ontroerende is, dan kan ik zeggen dat mij wat mij meteen ontroerde, bij alle wetenschap nog steeds ontroert. Je kunt dit vergelijken met wat uitvoerende musici doen. Zij moeten, heel anders dan lezers, hun muziek zeer goed en gedetailleerd kennen, maar vraag ze even een riedel Mozart te spelen en je ziet hun wenkbrauwen op en neer gaan , hun ogen sluiten, hun schouders optrekken (als ze piano spelen) ... vanwege de emotie. Waarom wij, lezers, niet? Het blijft toch om te huilen bij "Now cracks a noble man. Good night, sweet prince..."
Goede vraag, Ton. Ik moet gelijk denken aan mijn colleges kunstfilosofie, waar het eigenlijk altijd gaat over schilderkunst en de beeldende kunst, terwijl literatuur ook kunst is. Maar literatuur wordt altijd nogal stiefmoederlijk behandeld; misschien omdat het met woorden werkt in plaats van beelden? (Zeer generaliserend, toegegeven, en niet altijd correct.) Wat ik maar wil zeggen: misschien verschilt literatuur meer van muziek dan sommigen willen toegeven.
Misschien vormen woorden een barrière tussen betekenis en emotie. Zij worden verkeerd geïnterpreteerd en veroorzaken verwarring. Toch kan dit niet helemaal waar zijn: niet alle muziek werkt zonder woorden. Enfin, einde van de terzijde.

Geleerd lezen is dus, als ik het goed begreep, leeskunst, gelijk aan hoe musici de (blad)muziek bestuderen. Dat is, voor zover ik bekend met dat proces, zeer formeel. Is geleerd lezen dan ook een formele bezigheid? Ik denk uit je post van 15:04 op te kunnen maken dat je dat bedoelt: plot, toonaard, personages, etc. zijn de literaire evenknie van thema's, motiefjes en noten in de muziek.
Geleerd lezen zet dus een analyse van die formele elementen van de literatuur in om tot een weloverwogen, genuanceerd en onderbouwd oordeel te komen. Het leidt ook, lijkt mij, tot waardering van de roman als kunstwerk.

Volgens mij hoef je hier niet per se voor gestudeerd te hebben. Het gaat hier om concentratie en belezenheid. Hoe meer je gelezen hebt, hoe beter je 'n gevoel ontwikkelt voor de structuren achter de tekst. Dan moet ik denken aan wat ik van sommige, excusez-moi le mot, ouderen hoor. Op een bepaald moment zijn sommige mensen klaar met fictie, omdat de verhalen zo voorspelbaar worden, en lezen dan slechts nog non-fictie. Zou dat zijn wat volleerd geleerd lezen met je doet?
Om even over het 'emotieve lezen' door te gaan: ik ben er zo een! Eigenwijs sowieso, maar ik kan echt rillingen krijgen van bepaalde verwoordingen, metaforen of ronde/platte karakters. Voor mij maakt dat soort dingen een boek echt een genot om te lezen.

Als voorbeeld zal ik een van mijn favoriete zinnen uit de Nederlandse literatuur noemen, uit de Ontdekking van de Hemel van Mulisch:

"De lente sprong met een spagaat uit de coulissen."
Jesse,
Ik denk dat je die stelling over het ontwikkelen van gevoeligheid door alleen maar te lezen niet kunt verenigen met je studie literatuurwetenschap. Mijn idee is dat het lezen inderdaad - gaandeweg, ik bedoel, lezendeweg - noties bij je oproept die je bij onschuldig lezen niet tot je laat doodringen en dat de literatuurwetenschap nu juist bemoeid is die noties te expliciteren. Je kunt je in dat expliciteren verliezen en daarbiuj de gelezen teksten vergeten. M.i. is dat wat de literatuurwetenschap is overkomen.
Die ouderen die geen fictie meer lezen zijn, excusez le mot, domme droogkloten zonder benul van wat fictie betekent. Geschiedenis, zogenaamde waarheid of realiteit, was al voor Aristoteles minder waard dan literatuur. Zij beperkt zich in hoofdzaak tot het samenstellen van relazen van bewezen feiten, terwijl de literatuur visie ontwikkelt, de idee van iets weergeeft en daarmee een, voor mijn part hogere, waarheid.
Van mij ook een terzijde: ik zie veel van die "ouderen", die zogenaamd niet meer in fabltjes geloven heel vlijtig uit de bijbel overnemen of serieus bijbelteksten aanhoren.
Ik geloof niet dat het 'geleerd lezen' iets is dat ik ambieer. Tegelijkertijd denk ik dat je er niet helemaal aan ontkomt.

Even in zwart en wit redenerend: als je na het lezen van een aantal stevige romans van Marquez, Roth en Murakami naar een werk van grijpt en de plotlijnen, stijl en/of karakteropbouw zijn in die boeken helemaal je ding, dan is de kans erg groot dat je wordt teleurgesteld als je een boek van een mindere god pakt. Dan blijkt een boek van - noem eens iemand - Stephen King ineens vrij saai, helemaal niet zo eng als je vijftienjarige nichtje beweert en vaak ontzettend voorspelbaar. Je gaat dus eigenlijk als vanzelf op zoek naar boeken die je niet teleurstellen. Door je te verdiepen kom je een heel eind: je schaft werken aan van mensen die je favoriete schrijvers inspireerden, je zoekt op of ze geestverwanten hebben met wie ze optrokken - bijvoorbeeld door tezamen een literair tijdschrift te beginnen - etc.

Met die instelling kocht ik samen met mijn vrouw de afgelopen 15 jaar een aardige bibliotheek bij elkaar. Daarbij hebben we het in de absolute wereldtop gezocht, maar tegelijkertijd hebben we van alles en nog wat gelezen 'in de breedte'. Ik geloof dan ook niet dat de betere roman me ooit zal gaan vervelen.

Natuurlijk: iedere gevorderde lezer loopt op een zeker moment aan tegen het gegeven dat hij iedere truc die in de fictie hoort wel kent, en alle thema's al een keer of tig zijn behandeld. Alleen gaat het daar dus niet om. Je beoordeelt een kathedraal ook niet op basis van de individuele bakstenen die zijn gebruikt. (je ziet het wel voor je: criticus staat met een zuur gezicht voor de Notre Dame en zegt tegen zichzelf - omdat niemand anders meer luistert - dat het toch jammer is dat er stenen zijn gebruikt. Spijtig dat de bouwmeester niets originelers kon bedenken. In de literatuurkritiek hebben we helaas nogal wat van dit soort types).


Andere metafoor om mijn eigen leesgedrag te omschrijven: toen ik voor het eerst wijn dronk, was dat matig spul van de plaatselijke supermarkt. Toch heb ik er hele leuke avonden mee beleefd. Gaandeweg ging ik verder zoeken. Ik leerde een goede chablis kennen en die zorgde er voor dat ik de drankjes van Canei niet meer dronk. Maar ik hoor niet tot de groep mensen die vervolgens aleen maar voor geavanceerder en sjieker gaan. Zij vergeten echter dat het supermartkassortiment altijd wel enkele zacht geprijsde pareltjes herbergt. Niet proeven is een gemiste kans.
Ik heb in mijn verleden heel veel moeten interpreteren en ik heb er heel veel over nagedacht en op gestudeerd. Wat de literatuur betreft dacht ik een poos, ziende dat er tussen "onschuldig lezen" en "literatuurwetenschappelijk lezen" een hele scala van mogelijkheden bestaat, dat mijn voorkeur uitging naar "lecture sauvage", wilde letterkunde. Totdat ik mij realiseerde dat ik "literaire kritiek" bedoelde. Vervolgens vond ik beide termen teveel besmet en kwam ik op "geleerd lezen". Waar dacht ik aan? Welk is het resultaat van mijn nadenken?

Lezen is hervertellen, dus ook vertellen. Het boek dat in je geest of herinnering voortleeft nadat je dat van een schrijver hebt gelezen, is een ander boek dan het gelezene. Het is er een interpretatie van, niet een reproductie. (Interpretatie zoals een uitvoerend kunstenaar - musicus of acteur - het werk van een componist of dramaturg uitvoert. Je vindt de een beter of mooier of weet ik wat dan de ander.)
Bij de hervertelling gebruik je in de eerste plaats grammatica. Je bent vergeten dat je die ooit geleerd hebt, maar weet wat een onderwerp en een gezegde is, hoe de woordvolgorde is, hoe je moet spellen en nog wat. Je weet ook hoe je zinnen aaneen moet rijgen tot een tekst, want je hebt - als het goed is - geleerd opstellen te schrijven. Dat is geleerd vertellen, in je geest of herinnering, op het niveau van de grammatica en - voor zover het teksten betreft - de compositieleer of opstelkunde. Je weet ook, terwijl je zit te hervertellen, het onderscheid tussen een verhaal en een betoog of een toneelstuk. Dat is allemaal "geleerdheid", grammatica, tekstwetenschap.
Je realiseert je ook gemakkelijk het verschil tussen een historisch verhaal of een reportage en een literair verhaal, een roman of kort verhaal, hetgeen betekent dat je ook weet hebt van het bestaan van literatuur als tekstgenre en daarbinnen weer van een roman of een toneelstuk of een lyrisch gedicht als literaire genres. Nog meer geleerdheid. Je weet zelfs - om mij tot romans te beperken - dat een detective iets anders is dan een liefdesgeschiedenis of een "vie romancée". Ik stop hier, voordat het - wat zei Droogstoppel ook al weer? - wordt.
Een beetje lezer is dus heel geleerd, alleen al als je kijkt naar deze elementaire dingen. Naarmate de teksten die je leest ingewikkelder of onbegrijpelijker (zoals b.v. parabels) worden moet je geleerdheid ook verder gedifferentieerd worden en wordt je lezen gevolgelijk geleerder. Meer is het niet. En ik ben het met Thijs1973 eens: je ontkomt er niet aan. Daarbij is het alleen net als met eten: je moet eten, maar je kunt het voedsel inderhaast in elkaar draaien (of uit het vriesvak in de supermarkt halen) ) of culinair toebereiden. Ik heb een kast vol kookboeken. (Vlak naast mijn kast vol literatuurwetenschap en literaire kritiek.)
Ik ben er eens mee dat savoir-lire als een scala moet worden beschouwd, waarbij ik niet zo blij ben met de begrippen „onschuldige“ en „kritische lezer“ – ik denk er is geen onschuldige lezer. Iedere lezer is op zijn manier kritisch. Hij is al een criticus, als hij het boekje terzijde legt en alleen maar zegt: Ik had er geen plezier mee.
Misschien is hij onschuldig, omdat hij literatuur niet naar wetenschappelijke wetmatigheden beoordeeld, maar naïv als een kindje vreugde aan de directe werking heeft. Maar die toestand van naïviteit is geen vaste, want bovendien toont die veronderstelling van een scala heel goed, dat leeskunst geen vaste toestand is.

Wanneer er zo vele verschillende punten op die scala zijn, is er ook altijd een punt, waar ik mezelf kan hervinden, mijn persoonlijke status of leeskunst. Daar vind ik heel belangrijk wat Ton heeft gezegd – enerzijds dat leeskunst op twee manieren functioneert (taal-techniek en literatuur-genre-compositie) en dat de herinnering aan een boek eigenlijk een process van interpreteren is – de herinnering is niet alleen aanwezig maar het resultaat van een intellectuele process.

Met ieder boek dat ik lees, kan en zal ik mijn status gaan veranderen, want iedere nieuwe leeservaring laat mij met een andere blik ob het volgende boek kijken.
Wanneer ik de eerste criminal roman lees, ben ik onbelast. Ik weet nog niets van genre- en verhaal-categorieën. Nadat ik de eerste crimi gelezen heb, heb ik er een idee van gekregen en dat is, wat ik nu bij iedere andere crimi verwacht. Ik word critischer en kann vervolgens ook teleurgesteld worden.
Dat bedoel ik dus ook, dat er geen "onschuldige" lezer bestaat. In de ontwikkelingslanden weet men dat je of analfabeet of alfabeet bent en in het laatste geval "geleerd". Het analfabetisme hoef je niet te leren, het alfabetisme wel. Ik ontleen de term aan de literatuurwetenschap die spreekt van "onschuldig" of "naïef".
En ik gebruik het onderscheid omdat mijn ervaring is dat mensen zich graag voor "onschuldig" uitgeven, zo van "dat is mij allemaal te geleerd" of "ik lees gewoon wat er staat". (Dat doen nogal wat mensen die leven "by the book" of "by the Book".) Ik vind dat een vorm van populisme in de literatuur, een ideologie dus, en ik betoog dat het "point zero" van het lezen geen lezen meer is, maar analfabetisme. Zoals ik nog in de wiskunde heb geleerd bestaat er zo iets als "naderen tot", en dat is misschien iets dat bruikbaar is bij het begrijpen van het "onschuldige" lezen. Dat eenmaal geaccepteerd hebbende kun je je met veel plezier gaan verdiepen in de gradaties van de geleerdheid, oftewel de fun van het interpreteren, een van de meest subversieve bezigheden die ik kan bedenken (en helemaal zonder geweld).
Ik zou zelfs verder gaan en zeggen, dat ook de analfabeet niet "onschuldig" is... goed - hij zelf is geen lezer, maar hij kan luisteren als iemand voorleest... en hij gaat het verhaal interpreteren met all de ideën van de mens en de wereld, dat hij heeft.

De mensen die zich graag voor "onschuldig" uitgeven ken ik ook. En ik hou helemaal niet van die bewering... en meestal ook niet van de betreffende mensen ;) - of het is dreurig, omdat iemand denkt te moeten verbergen dat hij niet in wetenschappelijke termini over literatuur kan praten of het is gewoon een patjepeeër. Deze mensen willen hun zicht niet wijden, dus kunnen ze ook het anders geaard niet accepteren. Hoe dan gaan verdiepen... en dat ook nog met plezier? En iets subversiefs is allemaal heel twijvelachtig... ;)
Define "patjepeeër".
pat·je·pee·ër de; m,v -s patser, proleet

Aldus Van Dale, ik moest het ook even opzoeken. Weer wat geleerd.
Ik vrees dat Van Dale hier alleen maar synoniemen geeft, geen definitie. Ook "patser" en "proleet" zeggen mij in onze kontekst niks, vooral niet als het gaat om "gewoon een patjepeeër". Ik vind dat mensen die "niet geleerd" willen zijn niet bestempeld moeten worden met dit soort uitdrukkingen. Vanouds - dat is: minstens vanaf Plato en Aristoteles - is dit verschijnsel onderkend en de fundamentele vraag, o.a. in het onderwijs, is hoe je van ongeleerdheid tot geleerdheid komt. Wat gebeurt er bij die stap? Hoe valt hij te analyseren? Waarom willen sommige "mensen hun zicht niet wijden"? Wat legitimeert "geleerdheid"?
Ik heb het woord "patjepeeër" geleerd met de betekenis - iemand die ignorant is, niet onwissend omdat hij geen mogelijkheid heeft om kennis te maken, maar die zich niet wil uiteenzetten, daarmee het eigen leven niet zo moeilijk is.
Wel mogelijk dat ik me met dat woord vergis, omdat het voor een Nederlander een negatieve connotatie heeft die ik niet ken - dan excusez...

... desondanks vind ik het niet goed als mensen zich weigeren meer van de wereld te begrijpen dan het piepkleine plekje voor hun eigen neus en voorhoofd. Zij schreeuwen voor het recht hun eigen hersens te gebruiken en ik denk dus zijn ze er ook toe verplicht.... niet alleen maar inschakelen als het gemakkelijk is of het eigen plekje in gevaar is.

En voordat ik nadenk over de processen van "geleerd worden" en of er een legitimatie voor noodzakelijk is, moet ik vragen: wat is geleerdheid?
Het leren van feiten uit een encyclopedie of de zoek voor kennissen - de eeuwige process van vragen-antwoorden zoeken-op nieuw vragen zonder dat een ontwikkeling niet mogelijk is.
Ik heb ook maar even in Van Dale gekeken, niet in het woordenboek, maar in het Van Dale Groot Synoniemen Woordenboek. Daar staat: "(inf.)/patser/lefgozer (inf.) poen (inf.) showbink (inf.)" Zo iets dacht ik al. Dat lijkt mij toch iets anders dan "ignorant". Dat woord heb ik, toch eenmaal bezig, ook maar even opgezocht en inderdaad een ignorant is een "(zn.,form) /leeghoofd/nitwit/weetniet".

En nu de vraag "wat is geleerdheid"? Je hebt "rechtsgeleerdheid" en "godgeleerdheid", prachtige woorden. Ik wil graag de vraag wat "godwetenschap" zou zijn buiten beschouwing laten en mij beperken tot de meer aardse rechtsgeleerdheid. Zij is eenvoudig belezenheid in het corpus lectuur, beter: taal, nog beter: alle tekenen waarin wij het recht kunnen kennen. Een meer geleerd woord is "eruditie". Voor alle zekerheid: belezenheid is niet het kennen van feiten, dat is (wel)geïnformeerdheid. Het woord "schriftgeleerdheid" zegt het m.i. nog het mooiste: volkomen je weg weten in de Schrift. Hier ook weer: niet een "bijbelvastheid" die alleen maar de letter kent en de geest doodt.

Laatst bijgewerkt door Ton Lenssen op 10 augustus 2011, 19:43.
Degenen die ik nog niet heb overtuigd van de geldigheid van de notie van het "geleerd lezen", kan ik, nu het toch een natte zomer is, de volgende films aanraden:
My fair lady, waarin Eliza Doolittle leert zich te gedragen;
Educating Rita, waarin Rita leert wat "litteratjoer" is;
Finding Forrester, waarin Sean Connery les geeft in schrijven;
Renaissance Man, waarin Danny DeVito "a ragtag bunch of underachieving misfits" cultuur bijbrengt;
The Dead Man's Society, "the story of an English teacher (sc. Robin Williams) - T.L.) who inspires his students to change their lives of conformity through his teaching of poetry and literature".
Ik kan jullie garanderen, het gaat niet van een leien dakje.
Ton Lensen schreef:
The Dead Man's Society, "the story of an English teacher (sc. Robin Williams) - T.L.) who inspires his students to change their lives of conformity through his teaching of poetry and literature".

Het is naar ik meen Dead Poets Society.

Overigens een erg mooi film. De bekende lach en traan gaan in deze film mooi samen.
Daarnaast laat het een beklemmend beeld zien van een maatschappij waarin eer en traditie hoog in het vaandel staan.
Reageer op deze discussie Om een reactie te plaatsen, dien je je eerst te registeren.
Nieuwe discussie starten in: Literatuur: algemeen (registreren)
Forumoverzicht: