IN BAD
Ton Lenssen
Het merkwaardige was, dat ik, toen ze mij opvielen, niet in paniek raakte, zoals, naar men zegt, een vrouw bij het zien van een muis. Ik begon met heel stil te liggen, als dat een begin genoemd mag worden en niet eer het einde van het voorgaande. Tenslotte was het water roerloos en ik zag nu duidelijk dat het niet zeepresten gevuld met van het lichaam verwijderd vuil waren, maar een soort waterzweren. Het was alsof het water ontstekingen had opgelopen, die overigens niet stonken. Waterlepra? Nooit van gehoord.
Ik dacht dat ik misschien eruit zou komen door eerst met de hand een wak te maken en mij daar dan als het ware uit te wringen. Natuurlijk zou mijn lichaam op die manier de zweren naar zich toe zuigen en dan zou ik ermee overdekt raken. Nu dreef er alleen vlak voor mij een plak van ongeveer een halve vierkante decimeter die ik door blazen op afstand hield. De rommel was lichter dan water zodat ik er, als ik maar onder water bleef, niet mee in aanraking hoefde te komen.
Wat ik ook zou kunnen doen, bedacht ik, was gewoon opstaan en dan alles afdouchen. Dat deed ik ook altijd met zeepresten. Er zou waarschijnlijk niets achterblijven. Ik kon over deze oplossing niet enthousiast worden en bleef dus maar liggen zoals iemand die 's nachts wakker wordt omdat hij meent iets vreemds in huis te hebben gehoord en zijn eigen aanwezigheid nog niet wil verraden.
Geleidelijk dwaalden mijn gedachten af. Ik dacht niet meer over oplossingen, maar over het bevreemdende van mijn situatie, en dat ik niets deed. Het water koelde ook af. Koude golven welfden langs mijn rug. Ik moest maar gewoon opstaan en douchen. Wat ik onmiddellijk deed.
Inderdaad bleven er grote korsten aan mijn lichaam kleven en ik haastte mij de douchetelefoon van de haak te rukken en de warmwaterkraan te openen, onmiddellijk gevolgd door de koude. Ik vermande mij nog in zoverre dat ik ook vlug de stop uit het bad trok. Ik lette er niet op dat de kranen sputterden. Zo gauw ik kon schakelde ik over op de douchetelefoon, sloot opgelucht mijn ogen en gaf mij over aan de weldadig warme stromen genade die over mijn hoofd en haren begonnen te storten. Sneller dan gewoonlijk begon ik mijn schouders en de lagere delen van mijn lichaam te telefoneren, verwachtend dat de korsten bezig waren met het stromende water af te vallen.
Wie schetst mijn paniek toen ik zag dat er alleen maar korsten en vuiligheid bijkwamen? Ook het water uit de douche was besmet.
Ton Lenssen
Het merkwaardige was, dat ik, toen ze mij opvielen, niet in paniek raakte, zoals, naar men zegt, een vrouw bij het zien van een muis. Ik begon met heel stil te liggen, als dat een begin genoemd mag worden en niet eer het einde van het voorgaande. Tenslotte was het water roerloos en ik zag nu duidelijk dat het niet zeepresten gevuld met van het lichaam verwijderd vuil waren, maar een soort waterzweren. Het was alsof het water ontstekingen had opgelopen, die overigens niet stonken. Waterlepra? Nooit van gehoord.
Ik dacht dat ik misschien eruit zou komen door eerst met de hand een wak te maken en mij daar dan als het ware uit te wringen. Natuurlijk zou mijn lichaam op die manier de zweren naar zich toe zuigen en dan zou ik ermee overdekt raken. Nu dreef er alleen vlak voor mij een plak van ongeveer een halve vierkante decimeter die ik door blazen op afstand hield. De rommel was lichter dan water zodat ik er, als ik maar onder water bleef, niet mee in aanraking hoefde te komen.
Wat ik ook zou kunnen doen, bedacht ik, was gewoon opstaan en dan alles afdouchen. Dat deed ik ook altijd met zeepresten. Er zou waarschijnlijk niets achterblijven. Ik kon over deze oplossing niet enthousiast worden en bleef dus maar liggen zoals iemand die 's nachts wakker wordt omdat hij meent iets vreemds in huis te hebben gehoord en zijn eigen aanwezigheid nog niet wil verraden.
Geleidelijk dwaalden mijn gedachten af. Ik dacht niet meer over oplossingen, maar over het bevreemdende van mijn situatie, en dat ik niets deed. Het water koelde ook af. Koude golven welfden langs mijn rug. Ik moest maar gewoon opstaan en douchen. Wat ik onmiddellijk deed.
Inderdaad bleven er grote korsten aan mijn lichaam kleven en ik haastte mij de douchetelefoon van de haak te rukken en de warmwaterkraan te openen, onmiddellijk gevolgd door de koude. Ik vermande mij nog in zoverre dat ik ook vlug de stop uit het bad trok. Ik lette er niet op dat de kranen sputterden. Zo gauw ik kon schakelde ik over op de douchetelefoon, sloot opgelucht mijn ogen en gaf mij over aan de weldadig warme stromen genade die over mijn hoofd en haren begonnen te storten. Sneller dan gewoonlijk begon ik mijn schouders en de lagere delen van mijn lichaam te telefoneren, verwachtend dat de korsten bezig waren met het stromende water af te vallen.
Wie schetst mijn paniek toen ik zag dat er alleen maar korsten en vuiligheid bijkwamen? Ook het water uit de douche was besmet.