Eigen werk: proza

Terug naar: Eigen werk: proza

Kort verhaal: "Fragile"

Plaats een reactie (registreren)
Het was allemaal zo snel gegaan. Vanavond komen ze de collectie ophalen, voor zijn eerste echte expositie en dan nog wel in Jeruzalem. Een droom?

Samen met de Israëlische ambassadeur hadden ze vijftien kasten uitgekozen en een week later waren de timmerlieden gekomen om er houten kisten omheen te bouwen, met daarop stickers “BREEKBAAR’ in zowat alle talen.

Op een oude fauteuil , waar het stro uit de bekleding stak, zat hij te wachten en te staren naar de gekiste kasten. Zijn hart en ziel waren erin mee verpakt. Had hij ooit iets in zijn leven bereikt dan stond dat hier. Klaar om in de containers te laden, per vrachtvliegtuig vervoerd te worden, ongeduldig wachtend om weer ontdaan te worden van de kale grenen planken. Klaar voor erkenning.

Een kelderbox was het in een nieuwbouwflat aan de rand van de woongemeente. Maar hij noemde het trots zijn atelier. Op zijn zevenendertigste had hij het voor een prikkie kunnen huren en werkte er al bijna vier jaar, zoveel hij kon. Op de hele aardbol was dit de plek waar hij zichzelf was, waar hij zijn gevoelens en ideeën kon uitwerken.

Hij was er begonnen met een geërfd dressoir van zijn grootmoeder. Zijn Ikea-vrouw hield niet van die oude troep. Op hun glimmende parketvloer paste volgens haar alleen chromen en gelakte meubelen. Tot op het kale, door leeftijd getekende hout, had hij het geschuurd. De grondverf die hij er vervolgens opsmeerde bleek teveel verdund om echt te dekken. Verrast keek hij naar het resultaat. De witte verf was in de groeven, nerven en ornamenten gaan zitten, maar de rest van het hout kwam er onaangetast en puur uit. Een warme gloed doorstroomde zijn lichaam. Haastig zocht hij andere kleuren bij elkaar, mixte, probeerde het uit op het naakte hout en zag dat het goed was.

Daarna ging het snel en gepassioneerd. Hij kocht ze op rommelbeurzen, venduhuizen, kringloopwinkels. Waar niet. Kasten, kleine, grote. Van antieke nachtkastjes, secretaires tot linnenkasten. Als ze maar oud waren en er een leven van uitstraalde. Hij verzon allerlei technieken. Pelde de soms eeuwen oude vernislagen eraf, met de spanning alsof hij een vrouw ontkleedde. Vermengde grof zand met behangerslijm, werkte met gips en grove plamuur, om structuren aan te brengen. Probeerde allerlei soorten lakken, verven, zelfs airbrush gebruikte hij. Hij experimenteerde ook met metalen. Bracht stroken plaatkoper aan, kippengaas en zilverslag. Kunstwerken werden het. Sommige bewerkte hij zo, dat ze er beschadigd uitzagen, maar door de verfeffecten leek de tand des tijd daarvoor verantwoordelijk. Hij werkte veel met groen en roodbruin, vlammend zelfs, alsof oxydatie zich had ingevreten.

De kelderbox was al snel te klein en van het geld, dat hij verdiende met zijn eerste verkochte kasten, huurde hij de naastgelegen ruimtes. Bijna al die kelderboxen onder de flat stonden leeg, omdat ze regelmatig opengebroken werden door junks, op zoek naar fietsten, scooters en ander snel verhandelbare waar. Kunstzinnige kasten stonden niet op hun handelslijst. Hoe meer werkruimte hij kreeg, hoe ruimer ook zijn voorstellingsvermogen werd. Hij begon de meubels met chemicaliën te bewerken. Niets stopte hem. Bij elke kast begon hij een nieuw avontuur. Hij liet zich inspireren door de vormen en uitstralingen. Hij genoot en verloor zich in het scheppende werk, zoals hij het zelf noemde.

Ongeveer een half jaar geleden nu, kwam hij de ambassadeur tegen in het venduhuis, terwijl ze samen het zelfde dressoir stonden te bewonderen. Begin deze eeuw, met elegante ronde pootjes, fijntjes bewerkte koperen handvaatjes, kompleet met geslepen spiegel. Ze kwamen er over in gesprek en hij legde de Israëliet uit wat voor metamorfoses hij in gedachten had. De ambassadeur was onder de indruk van zijn haast emotionele uitleg, kompleet met wilde armgebaren en vroeg hem of hij het resultaat mocht komen bekijken.

De hoogwaardigheidsbekleder was zo enthousiast, dat hij alles voor hem had geregeld. Zelfs visitekaartjes en officiële uitnodigingen had hij nu al in zijn koffertje, veilig naast hem neergezet tegen de fauteuil. Nu restte alleen nog het wachten.

Even later stond hij op, met een wat sneller kloppend hart, want hij dacht buiten het zware geronk te horen van een grote vrachtwagen.

De chauffeur van de ELAL- cargo truck vloekte in zichzelf. Die kolere nieuwbouwwijken. Al die flats lijken op mekaar. Het was nu net zeven uur en het begon al te schemeren. Hij had toch goed op zijn vrachtbrief gekeken, zondag 4 oktober 1992, 19.15 uur, Bijlmer, vijftien middelgrote kisten ophalen. Maar dat adres. Hoe moest hij nou weten waar die flat de Kruidberg was.

Raymond
Is dit het begin van een verhaal? Of een volledig kortverhaal?

In het tweede geval mis ik een einde, een pointe. Misschien heeft hij een zeldzaam antiek stuk onherstelbaar beschadigd en krijgt hij, in plaats van de verwachte roem, alleen maar een bolwassing. Ik denk hierbij aan één van de kortverhalen van Roald Dahl: "Parson's Pleasure" (ik heb alleen de Engelse versie hier).

In het eerste geval: goed begin! Ik zou misschien die "het was allemaal zo snel gegaan" weglaten. Dat kan bij alles horen en zegt dus niets. "Vanavond kwamen ze zijn collectie ophalen. Een expositie, in Jeruzalem nog wel." vertelt wél meteen wat er op het spel staat. Die man staat te popelen. Zijn liefhebberij, zijn passie... krijgt waardering. Iets waar we allemaal naar verlangen. Dus we kunnen met hem meeleven, we willen met hem meegaan naar Jeruzalem en daar de bevestiging krijgen van wat hij al lang weet: hij maakt kunst. En we verwachten dat hij problemen zal krijgen.
Waarom is die allerlaatste paragraaf plots uit het standpunt van een ander personage geschreven? Als dat niet strikt noodzakelijk is (bijvoorbeeld omdat die chauffeur ook een belangrijke rol zal spelen), kun je dat beter niet doen. Het geeft verwarring. Je kunt hem flink laten vloeken wanneer hij uiteindelijk onze held (de kunstenaar dus) heeft gevonden, waarmee je hetzelfde effect bereikt zonder van vertelstandpunt te wisselen.
Waarom heb je juist Jeruzalem gekozen voor de expositie en niet Antwerpen of Amsterdam? Die keuze lijkt me niet toevallig, en ik verwacht dat de kunstenaar iets zal meemaken dat alleen in Jeruzalem kan.

Verder, zoals ik eerder gezegd heb, is alles prima. Je geeft het enthousiasme van de kunstenaar weer. Ik vrees dat hij het deksel op zijn neus zal krijgen... en wil weten of dat waar is, wat er verder zal gebeuren met die kasten en hoe onze enthousiaste kunstenaar erop zal reageren.
Dank voor je reactie! Het is inderdaad een volledig kort verhaal, of in ieder geval zo bedoeld. Jammer dat het einde, inderdaad vanuit een ander perspectief niet duidelijk is geworden. De datum en het tijdstip zijn hier cruciaal. Een paar minuten na 19.00 uur op zondag 4 oktober 1992 boorde de ElAl boeing zich in de flat de Kruidberg in de Bijlmer. Dat dit gegeven een probleem voor zijn kunstcollectie inhoudt kun je dus wel stellen. Vanuit dit gegeven is het verhaal dan ook ontstaan. Misschien met deze kennis zou je het verhaal nogmaals willen lezen en krijgt het denk ik een andere lading. Met dank. Raymond
Dat verklaart veel! Deze Belgische had blijkbaar te weinig achtergrond. Ik vrees wel dat "Bijlmer 4 oktober 1992" nog bij meer mensen geen belletje doet rinkelen. Bovendien: het lijkt me vreemd dat die vrachtwagenchauffeur niets ziet van de ramp. Hij foetert alleen maar over nieuwbouwwijken die op elkaar lijken. Geen brand? Geen rook?
Reageer op deze discussie Om een reactie te plaatsen, dien je je eerst te registeren.
Nieuwe discussie starten in: Eigen werk: proza (registreren)
Forumoverzicht: