Beste onbekenden

Hieronder het begin van een verhaal geschreven met heel veel ambitie en heel weinig doorzetting. Elke vorm van kritiek is meer dan welkom!

Het was alsof de oranjachtige zon met heel haar onschatbare gewicht werd gedragen op de heftige vleugels van een enkele meeuw, krijsend, haar ruwe tong stijf uit haar bek, als wilde het beest haar afbijten om zelf haar lijden niet te hoeven aanhoren. “I will not let go! You will survive.” In werkelijkheid regisseerde de zon een hemels schouwspel, waarbij haar schittering, de stratosfeer in een zachte, roze gloed onderdompelend, een ode aan de kleuren bracht. Het was dan ook zeer betreurenswaardig dat haar publiek, zo’n 49 vrouwen, 28 kinderen en 73 mannen, dat haar voordien steeds de lucht in geprezen had, gezonken was in het koele blauw van de Indische Oceaan (waarin zich ongetwijfeld ook vele bezienswaardigheden vertoonden). Zelfs de zon had het moeilijk het hoofd boven water te houden, en met stralen als klauwende poten leek ze een steunpunt te zoeken. Een meeuw schoot jachtig de rijzende duisternis tegemoet.

***

Mensen zouden leven om toch maar niet te hoeven sterven. Ook Pierre was bang voor de dood. Dan leefde hij liever, ook al vertoonde de lijn van zijn 31-jarige bestaan opmerkelijk veel gelijkenissen met dat van een plant – een sanseveria of iets dergelijks; geen plant uit de jungle, veel te imposant. Pierre was zo een van die mensen die zich bevond tussen de tijd van komen en de tijd van gaan. Hij verlangde hevig, maar hij wist niet naar wat. In zijn zoeken naar dat spirituele, ondefinieerbare ‘element’ (Pierre geloofde dat de aarde niet uit 4, maar uit 5 basiselementen bestond) dat doet leven, botste hij voortdurend op de voortvluchtigheid van zijn doelen. Hij begon aan van alles en nog wat – meestal ’s avonds, quand on se trouve entre chien et loup, want dan voelde hij zich het meest uitgesproken zichzelf - maar niets kon hij voltooien. Iedere keer weer stemde deze golf, die de frisse vreugde verdronk, hem futloos en triest.

In de duisterende, nazomerse, wolkenloze hemel vingen zijn ogen een ster op, die terstond werd opgeslokt. Een seconde later verscheen ze echter opnieuw, flitsend uit een aartsdonker hol, om daarna weer te verdwijnen. Haar knipperende metalen buik sleepte een kaarsrecht, nauwelijks zichtbaar spinsel achter zich aan. Vlak onder haar (of zo scheen het Pierre toch toe), op hetzelfde tempo, alsof ze de dubbelganger was van haar voorganger, knipperde er nog een. Ze zagen er volledig gelijk uit, en even kon Pierre zich moeilijk inbeelden dat de 2 vliegtuigen een volledig verschillende bestemming hadden en dat ze vanbinnen volledig verschillende passagiers vervoerden. En dat ze anders niet met 2 zouden zijn.