Romans

Terug naar: Romans

Nooit meer slapen - W.F. Hermans

Plaats een reactie (registreren)
Wat een verhaal, wat een strijd. De strijd is vooral tegen zich (de hoofdpersoon) zelf.
Je zou maar zo wat lessen uit dit boek kunnen trekken:
  • 1 - leg jezelf nu niet onmogelijk hoge maatstafen op
  • 2 - leef je eigen leven. Probeer niet het leven van een ander te vervolmaken.
  • 3 - probeer je niet te veel van de denkbeelden van anderen over jezelf voor te stellen. Je zou er zomaar wat naast kunnen zitten

Op het alwetende internet vond ik een verklaring mbt. nooit meer slapen, waarin wordt gesteld dat Alfred, de hoofdpersoon, eigenlijkontwaakt uit de slaap/roes waarin hij tot dan toe heeft geleefd, na de reis die hij in het boek aflegd zal hij niet meer in die slaap vallen. Leuke tegenpool is dat hij in het boek zelf eigelijk niet of nauwelijks kan slapen.
De (waan)ideeen die Alfred heeft worden naarmate het verhaal vordert steeds wilder, ik zou denken juist onder invloed van het continue slaapgebrek.

Ik geloof dat ik wel begrijp waarom WFH (het forumlid he, niet Hermans zelf ) elders op het forum schreef dat dit zo'n belangrijk boek in zijn leeshistorie is.
Het is een tijdje geleden dat ik Nooit meer slapen gelezen heb, maar kan me wel herinneren dat de hoofdpersoon door het gebrek aan communicatie met zijn medereizigers allerlei monologen in zijn hoofd af liet spelen in het nadeel van het beeld van dezen en van zijn eigen zelfbeeld, en zodoende tot paranoia gedreven werd.

Het is algemeen bekend dat men door slaapgebrek eerder geïrriteerd is. Alfred kan geen rust nemen, maar wilt vanwege zijn streven continue alert zijn. Een vicieuze cirkel ontstaat. Het competitief streven naar een bepaalde sociale status - volgens zijn eigen verwachtingen of de druk van de verwachtingen van anderen? - liet de emmer overlopen en werd uiteindelijk zijn ondergang.

"probeer je niet te veel van de denkbeelden van anderen over jezelf voor te stellen" is wat dat betreft, mits het je tot paranoia weet te drijven, een erg goede levensles. Toch staat hetgeen je hier zegt aan de basis van empathie. Je zou kunnen zeggen dat Alfred een te groot inlevings- of empathisch vermogen heeft, en door de grote druk die op hem rust, de verkeerde inschattingen maakt en zodoende verkeerd oordeelt over anderen. Zijn groot empathisch vermogen werkt hem vanwege de extreme externe omstandigheden tegen. Daardoor zou je haast zeggen dat Alfred juist een gebrek aan empathisch vermogen heeft.

Wat zijn de redenen die WFH aanwendt die dit boek voor hem zo belangrijk maken?
Als je veuls te veul empathische vermogen hebt, dan ben je wellicht alleen maar bezig met wat anderen denken, voelen en beleven. Dan ga je je daar wellicht ook wel naar gedragen, en loop je misschien wel bij jezelf weg. Da's een mogelijkheid bij Alfred, hij voelt aan dat men (de reisgenoten) hem maar lastig vinden, en gaat er vreselijk hard aan trekken om de bedenkingen van de anderen bij te draaien. Met een aantal nare acties en situaties als gevolg.

Als je veuls te weinig empathisch vermogen hebt, dan denk je eigenlijk helemaal niet na over wat anderen denken, voelen en beleven. Wat jouw acties en woorden met anderen doen sta je eenvoudig weg niet bij stil, dat brengt je maar zo in een isolement. Da's bij Alfred niet het geval. Hij is juist erg druk met wat de anderen denken.

Volgens mij geldt voor onze Alfred een soort mengvorm. Hij denkt(bewust of onbewust) erg veel empathisch vermogen te hebben. Achteraf blijkt wanneer Alfred uit het reisjournaal van Arne, een reidgenoot, put dat hij er helemaal naast zat. Arne vond Alfred onder meer een enorme doorzetter.

Nouja spannende materie eigenlijk: wat denk ik dat anderen van mij vinden versus wat vinden anderen werkelijk van mij

Wat zijn de redenen die WFH aanwendt die dit boek voor hem zo belangrijk maken?
Eigenlijk weet ik niet zo goed wat te antwoorden. Ik heb niet zo'n goed beeld van wat Hermans denkt. Wellicht kan een ander daar wat over zeggen.
(Ik hoop niet dat ik je voor je hoofd stoot een wedervraag zo schaapachtig te omzeilen)
Ik heb al een periode niets meer op dit forum gepost, maar Martijns keuze om deze roman te lezen, heeft mij doen besluiten weer eens een bericht te plaatsen. Ik doe dit voornamelijk omdat Babblingbrooks socialistische interpretatie (competitief streven naar sociale status) niet geheel overeenkomst met de intenties van Hermans. Hermans staat bekend als een schrijver die zich immer tegen het communisme/socialisme heeft verzet. Het gaat in Nooit meer slapen dan ook geenszins om competitie of sociale status. Het draait naar mijn mening om de volgende aspecten:

- De wereld als jungle. Issendorf lijkt te zijn beland in een wereld waarin niets zeker is. Al zijn pogingen om de wereld te doorgronden zijn tot mislukken gedoemd. Kortom: Alfred is in het sadistische universum beland.
- De onkenbaarheid van de waarheid. Dit uit zich bijvoorbeeld in Alfreds onvermogen om te begrijpen hoe het precies zit tussen de hoogleraren en wat er nu precies voor gezorgd heeft dat hij mislukt is.
- Het niet doorgronden van de medemens. Alfred beoordeelt de andere expeditieleden voortdurend verkeerd. Tevens slaagt hij er maar niet in om Nummendal en Sibbelee te begrijpen.
- Het onvermogen van de mens om tot een werkelijk van belang zijnde prestatie te komen. De mens tracht tevergeefs om iets belangrijks te verrichten in de wereld.
- De menselijke strijd met het noodlot. De mens die tracht zijn leven in de handen te nemen, maar daarin nimmer slaagt.

Dit zijn een aantal belangrijke aspecten. Heb ik het boek hierdoor inzichtelijker gemaakt?
Oh, ik dacht dat het moraal van dat boek was: "Jouw leven is niks waard, als je droomt van roem dan kun je geen echte wetenschapper zijn, wees lekker middelmatig en vergeet ambitie."
Voor iemand die er op dat moment van droomde om een beroemd wetenschapper te worden, was dat een serieuze domper. Bovendien, wetenschapper als ik was, vond ik dat het gewoon niet WAAR was: of je nu droomt van roem of niet heeft geen belang, ontdekkingen doe je als je ervoor werkt en nieuwe ideeën durft te verkennen en niet opgeeft bij mislukkingen.
Ik ben nog altijd ervan overtuigd dan een "goede" "ideeënroman" (beide woorden gebruikt door mijn voormalige taalleerkracht) geen duidelijk valse ideeën kan verkondigen! Hoe kun je nu iets "goed" noemen als het niet waar is?
Oh, ik dacht dat het moraal van dat boek was: "Jouw leven is niks waard, als je droomt van roem dan kun je geen echte wetenschapper zijn, wees lekker middelmatig en vergeet ambitie."
Voor iemand die er op dat moment van droomde om een beroemd wetenschapper te worden, was dat een serieuze domper. Bovendien, wetenschapper als ik was, vond ik dat het gewoon niet WAAR was: of je nu droomt van roem of niet heeft geen belang, ontdekkingen doe je als je ervoor werkt en nieuwe ideeën durft te verkennen en niet opgeeft bij mislukkingen.
Ik ben nog altijd ervan overtuigd dan een "goede" "ideeënroman" (beide woorden gebruikt door mijn voormalige taalleerkracht) geen duidelijk valse ideeën kan verkondigen! Hoe kun je nu iets "goed" noemen als het niet waar is?


Allereerst wil ik je melden dat het een boek is dat zowel letterlijk als allegorisch kan worden gelezen. In de allegorische interpretatie symboliseert Issendorff de mens en de meteorietkraters de waarheid. De mens zoekt naar waarheid in een universum dat geen waarheid kent; daarmee wordt de mens, zoals Hermans in Nooit meer slapen schrijft, de eeuwig bedrogene van het universum.

Ten tweede heeft Hermans Nooit meer slapen niet geschreven om jou te ontmoedigen iets van je leven te maken. Hermans heeft slechts willen aantonen, zoals in het boek meerdere malen gezegd wordt, dat altijd de succesverhalen worden verteld; nooit de mislukkingen. Even een citaat uit Nooit meer slapen waaruit dit blijkt: “ De meeste mensen schrijven nooit precies wat ze denken. Niet: mijn halfbevroren jaegeronderbroek stinkt als de pest. Of: bij vijftig graden vorst blijft onze urine rechtop in de sneeuw staan als een rietstengel van geel glas. Zo schrijven ze niet. Ze blijven de vlag hoog houden, zelfs als ze hem niet eens als eerste op de zuidpool hebben geplant.” Hermans wilde hiermee aantonen hoe leugenachtig mensen zijn waar het gaat om het verslag doen van hetgeen zij hebben meegemaakt.

Daarnaast heeft Hermans meerdere malen in interviews gezegd dat de wetenschap de manier is voor de mens om vooruit te komen. Hermans geloofde dat de wereld alleen progressie kon boeken door wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen. Hermans zou jouw inspanningen op wetenschappelijk gebied dan ook niet minderwaardig hebben gevonden. Het is alleen bezwaarlijk wanneer iemand op een expeditie meegaat, daar faalt en vervolgens over die expeditie schrijft alsof het een doorslaand succes was.
WFH, ik richt me even op de eerste alinea van je schrijven (omdat ik het met de rest wel eens kan zijn )
Allereerst wil ik je melden dat het een boek is dat zowel letterlijk als allegorisch kan worden gelezen. In de allegorische interpretatie symboliseert Issendorff de mens en de meteorietkraters de waarheid. De mens zoekt naar waarheid in een universum dat geen waarheid kent; daarmee wordt de mens, zoals Hermans in Nooit meer slapen schrijft, de eeuwig bedrogene van het universum.


Wat ik me afvraag bij dergelijk allegorische interpretaties: Zou de schrijver dat al tijdens/voor het schijven hebben bedacht, of is dit er later door literatuur-kenners/wetenschappers ingelegd? Het komt mij eerlijk gezegd nogal gekunsteld over.
(Als je deze allegorie nog wat doortrekt zou je wellicht ook kunnen zeggen: de mens zoekt op de verkeerde plekken, want meteorietkraters bestaan toch wel in het echt)
Sorry voor de late reactie, Martijn. W.F. Hermans heeft zelf aangegeven dat het parcival-motief een nadrukkelijke rol speelt in zijn romans. De zoektocht van een persoon naar de heilige graal of de waarheid. Die allegorische interpretatie is dus wel degelijk overeenkomstig met Hermans' visie. Het gaat om de mens die naar waarheid zoekt in een universum dat geen betekenis kent. Daardoor wordt de mens, zoals W.F. Hermans schrijft in Nooit meer slapen, de eeuwig bedrogene van het universum.

Ik val een beetje in herhaling lees ik nu. Maar ik hoop dat het je wel duidelijk wordt dat de allegorische interpretatie zeer waarschijnlijk is. Hermans had veel bewondering voor Kafka, wiens boeken ook min of meer allegorisch dienen te worden gelezen.
Dank voor je uitleg. Het maakt het (lezen van een boek) des te spannedner, wanneer inderdaad eea. zo allegorisch bedoeld is.

Op die manier lijkt schrijven me eerlijk gezegd geen pretje. Eerder een soort schaakspel tegen jezelf.
Trust the work, not the author, is het devies dat mij werd meegegeven. Hermans mag dan gezegd hebben dat zijn romans hier of daar over gaan, een zeker motief bevatten, of op een bepaalde manier geïnterpreteerd of gelezen dienen te worden, maar werkt dat niet juist beperkend? Je kunt zijn commentaar allicht meenemen, maar ten eerste kun je hem niet op zijn woord geloven, en ten tweede is een roman na publicatie een op zichzelf staand kunstwerk, waar de auteur geen invloed meer op heeft. Als je de theorie van Roland Barthes zou volgen, is Hermans niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk dood (en de lezer geboren), en is er niet één specifieke interpretatie van zijn werk de juiste...

Wat mij tijdens het lezen van Hermans, en in dit geval Nooit meer slapen, vooral stoort, zijn die perfect geformuleerde wijsheden die Hermans in de monden van zijn karakters legt. Van een alwetende verteller had ik het misschien wel geloofd (of gepikt), maar als Hermans Arne de paragraaf laat afsluiten met een one-liner als "De meeste mensen baseren hun zelfrespect op een of ander gebrek aan comfort", dan kan ik het niet helpen om de schrijver voor me te zien, die deze gedachte op een dag tot zich kreeg, verfijnde, en vervolgens letterlijk in de mond van een karakter legt. Ik weet niet of het terecht is hem van die slordigheid te beschuldigen, maar het valt me wel op, in negatieve zin: het trekt me steeds uit het verhaal.
Beste Rob,

Wat mij tijdens het lezen van Hermans, en in dit geval Nooit meer slapen, vooral stoort, zijn die perfect geformuleerde wijsheden die Hermans in de monden van zijn karakters legt. Van een alwetende verteller had ik het misschien wel geloofd (of gepikt), maar als Hermans Arne de paragraaf laat afsluiten met een one-liner als "De meeste mensen baseren hun zelfrespect op een of ander gebrek aan comfort", dan kan ik het niet helpen om de schrijver voor me te zien, die deze gedachte op een dag tot zich kreeg, verfijnde, en vervolgens letterlijk in de mond van een karakter legt. Ik weet niet of het terecht is hem van die slordigheid te beschuldigen, maar het valt me wel op, in negatieve zin: het trekt me steeds uit het verhaal.


W.F. Hermans is genoodzaakt dit te doen, omdat hij geen voorstander is van een alwetend perspectief. In Hermans' universum staat subjectiviteit centraal. In Nooit meer slapen draait het er juist om dat Arne niet in staat is zijn medereizigers te doorgronden. Een alwetend perspectief had dan ook een wezenlijk onderdeel van de thematiek - subjectiviteit - weggenomen. Bovendien: grote schrijvers als Kafka of Dostojevski laten de meest simpele karakters soms spreken als jezuïeten. Hermans legt dat citaat in de mond van een vrij intelligente student; dat is nog wel enigszins geloofwaardig. Arne is wel een student geologie.
Reageer op deze discussie Om een reactie te plaatsen, dien je je eerst te registeren.
Nieuwe discussie starten in: Romans (registreren)
Forumoverzicht: