Het motief van indigestie als symbool voor (of symptoom van) een onbevredigend leven, kwam mij niet geheel onbekend voor. Bleekers zomer (1972), bijvoorbeeld, het verhaal van Mensje van Keulen over Willem Bleeker, die op een dag zijn saaie kantoorbaan en gezin achterlaat om in Amsterdam aan zijn vastgeroeste levensstijl te ontsnappen, begint met maagproblemen: "Bleeker kreeg het avondeten maar met moeite weg. Niet omdat ie geen honger had maar omdat ie al drie dagen niet had kunnen poepen". De kern van het onverteerbare lijkt voor hem vooral bij zijn vrouw te liggen. "Het licht uit de koelkast viel gemeen over de knokigheid van haar knieën", aldus de verteller, en even later: "Hij keek naar de rode vingers met de korte nagels waarin kalkvlekjes meegroeiden en pakte de kop [koffie] zonder haar vingers aan te raken".

Zo ook in The History of Mr. Polly (1910) van H. G. Wells, de auteur die vooral vanwege zijn eerdere romans bekend staat als een van de 'vaders van science fiction'. Niet onterecht, overigens, maar de romans en verhalen die buiten dat genre vallen, verdwijnen hierdoor vaak naar de achtergrond, en worden ook nog steeds niet naar het Nederlands vertaald, terwijl ze zeker niet onderdoen voor het bekendere werk. Ook Wells begint zijn verhaal met een 'verstopte' hoofdpersoon: Alfred Polly vervloekt het dorp waarin hij woont, de vrouw waarvan hij niet houdt, zijn leven als geheel:

'Hole!' said Mr Polly, and then for a change, and with greatly increased emphasis: ''Ole!' He paused, and then broke out with one of his private and peculiar idioms. 'Oh! Beastly Silly Wheeze of a hole!'
            He was sitting on a stile between two threadbare-looking fields, and suffering acutely from indigestion.
            He suffered from indigestion now nearly every afternoon in his life, but as he lacked introspection he projected the associated discomfort upon the world. Every afternoon he discovered afresh that life as a whole, and every aspect of life that presented itself, was 'beastly'.

Ook mr. Polly is ontevreden over zijn huwelijk, voltrokken in een opwelling en met een versgebroken hart, en over zijn bestaan als eigenaar van een slechtlopend winkeltje, in een gemeenschap waar hij het met niemand langdurig goed kan vinden. Voor hij net als Bleeker de touwtjes in eigen handen neemt, wordt een geschiedenis van zijn leven gegeven. Dat is daarbij een zeer vermakelijke geschiedenis, niet vanwege de misere van de hoofdpersoon (al neigt het soms naar slapstick) als wel het vernuft waarmee Wells hem (als jongeman met een talent voor neologismen) en zijn omgeving weet te portretteren. Wanneer we, inmiddels halverwege het boek, weer bij het heden zijn aangekomen, besluit Polly zijn leven een drastische wending te geven. Een grandioos mislukte zelfmoordpoging leidt ertoe dat hij zijn huidige leven de rug toekeert, en het geluk elders zoekt.

Anders dan het treurige universum dat Van Keulen de lezer voorschotelt, waarin Bleeker na zijn tegenvallende zomeravontuur niet veel wijzer weer huiswaarts terugkeert, en gek wordt, gunt Wells zijn hoofdpersoon een meer hoopvolle toekomst met geluk en zelfs een beetje heldenmoed. Beide zitten vast in de sociale verplichtingen van het moderne leven, maar alleen Polly triomfeert, wat hem door mij als lezer ook gegund wordt. Bleeker is mij daarentegen niet lang bijgebleven, en ik vond persoonlijk weinig schoonheid in de vertelling, beleefde weinig plezier (in brede zin) aan het lezen van het rauw-realistische Bleekers zomer. Wells creëerde een gedenkwaardig personage dat wél werkelijk de moed heeft om als individu boven die verplichtingen uit te stijgen, verweefde zijn vertelling met humor, en bereikt uiteindelijk hetzelfde doel, als ik daarvan mag spreken.

Wells schreef meer dan enkele dystopische romans, maar The History of Mr. Polly is ondanks de dystopische elementen toch eerder utopisch te noemen. Daarmee is het wellicht niet zo realistisch als Bleekers zomer, maar nodigt het als enige van de twee wel uit tot een spoedige herlezing.